Vitaal sloegebied en kanaalzone
  Nieuwsbrief






nr. 2 - oktober 2009
In deze nieuwsbrief de onderstaande onderwerpen:
Cradle to cradle is de toekomst – Restwarmtebenutting Sloegebied – Colofon

Cradle to cradle is de toekomst

Alle (grond)stoffen en materialen behouden hun waarde en blijven opgenomen in een kringloop. Geen verspilling meer. Dat was het uitgangspunt van de masterclass duurzaam ondernemen die net voor de vakantie in Terneuzen werd gehouden.

Namens gastheer ICL-IP, voorheen Broomchemie, ontving Harold Hiel veertig vertegenwoordigers uit de Zeeuwse industrie. Zij kwamen bij elkaar om te praten over het ondernemersprincipe van McDonough en Braungart, de grondleggers van cradle to cradle, en daarover  ideeën uit te wisselen. Alle deelnemers waren al bekend met duurzaam ondernemen, maar werken volgens het credo 'Afval=voedsel' was voor de meesten nieuw.

Ideation manager Jan Verlaan van AkzoNobel deelde de ervaringen die zijn chemiebedrijf al heeft opgedaan met cradle to cradle. Hij beklemtoonde het goede gevoel dat ontstaat als gezocht wordt naar mogelijkheden voor hergebruik van materialen en als nieuwe, nuttige toepassingen worden gevonden. Ook gaf hij aan dat duurzaamheid op termijn niet duurder is dan conventioneel ondernemen. Extra winst zit vooral in de combinatie met duurzame innovatie. Hij adviseerde samen te werken en de vergaarde kennis te delen. In de chemie is al veel informatie voorhanden, de sector kan een voorbeeldfunctie vervullen. Wel waarschuwde hij ervoor dat het duurzaamheidprincipe veel tijd kost. Een stapsgewijze benadering houdt de moed erin. Zijn boodschap was: 'Grijp je kans en ga nu aan de slag. Cradle to cradle verdient het'. Niels Aten van Beco prikkelde zijn toehoorders met stellingen om na te denken over de meerwaarde van cradle tot cradle in het eigen bedrijf of de eigen organisatie. Willem Schipper van Thermphos gaf de stand van zaken  weer in het sluiten van de fosforketen. Edy Engels van ICI-IP deed hetzelfde voor de broomketen binnen zijn bedijf.
Tussen de inleidingen door werd stevig gediscussieerd en werden ervaringen uitgewisseld.

Restwarmtebenutting Sloegebied

Met de kick-off bijeenkomst op 15 juli 2009 is het project Restwarmtebenutting Sloegebied formeel van start gegaan. Het doel van het project is om een nuttige bestemming te vinden voor de grote hoeveelheid restwarmte die in het Sloegebied vrijkomt. Het project, dat wordt uitgevoerd door het bureau DWA uit Bodegraven, wordt medio 2010 afgerond.

In het Sloegebied is bij diverse bedrijven een enorme hoeveelheid restwarmte beschikbaar op verschillende temperatuurniveaus. Een groot potentieel voor energiebesparing dat tot nu toe nauwelijks wordt benut omdat voor de toepassing een groot aantal drempels moet worden overwonnen o.a. op technisch, organisatorisch, juridisch en financieel gebied. Vanwege het belang van het thema 'klimaatverandering' zijn betrokkenen gezamenlijk de uitdaging aangegaan om een ambitieus project Restwarmtebenutting Sloegebied te starten. Dit moet uitmonden in diverse restwarmtekoppelingen of - nog mooier - een warmtenet in het Sloegebied.

Het project bestaat uit de volgende onderdelen:

- inventarisatie (update) van vraag en aanbod van reststromen (warmte, CO2 en water) in en rond het Sloegebied
- gebiedsanalyse en inventarisatie van relevante ontwikkelingen in en rond het Sloegebied
- brainstormsessies met stakeholders
- workshops met bedrijven
- uitwerken van business cases
- kennisdeling

Inventarisatieronde
Het doel is om bij de relevante bedrijven inzicht te krijgen in vraag en aanbod van warmte, CO2, water [o.a. temperatuur, druk, bedrijfstijd, hoeveelheden, directe/indirecte beschikbaarheid] d.m.v. vragenlijsten en/of bedrijfsbezoeken. Daarnaast zullen tijdens de inventarisatie rond ideeën voor koppelingsmogelijkheden worden geïnventariseerd.

Gebiedsanalyse
In het kader van de gebiedsanalyse zullen de gebiedskenmerken – zowel binnen als buiten het Sloegebied – worden geanalyseerd die van belang zijn bij het realiseren van restwarmtekoppelingen c.q. warmtenet. Het gaat daarbij om zowel ruimtelijke, economische als technische aspecten. Het in kaart brengen van bestaande koppelingen en leidingstroken maakt onderdeel uit van de gebiedsanalyse. Voor het onderzoek naar mogelijke koppelingen is het niet alleen van belang te kijken naar de huidige vraag en aanbod van restwarmte, maar ook voor te sorteren op toekomstige ontwikkelingen in en rond het Sloegebied en binnen de betrokken bedrijven. De relevante ontwikkelingen zullen in dit kader worden geïnventariseerd.

Brainstormsessies
Het onderzoek naar potentiële koppelingen is deels een creatief proces, voornamelijk daar waar het gaat om het bedenken van nieuwe warmtevragers. In dit kader zullen meerdere brainstormsessies worden georganiseerd waarbij de diverse stakeholders worden betrokken. Het leggen van verbindingen met branches/sectoren die in Zeeland sterk zijn vertegenwoordigd maakt hier onderdeel van uit.

Workshops
Op basis van de geïnventariseerde gegevens zullen potentiële reststroom koppelingen worden beschreven. In een of meerdere workshops zullen de concepten worden besproken met de betrokken bedrijven en partijen.

Business cases
Afhankelijk van de uitkomsten van de inventarisaties, brainstormsessies en workshops zullen meerdere één op één uitwisselingen worden voorgesteld dan wel een systeem waar verschillende bedrijven op aanleveren en van afnemen (warmtenet). Uit de lijst met kansrijke koppelingen zal door de projectgroep een keuze worden gemaakt voor circa vijf uit te werken (globale) business cases. De focus ligt daarbij op kansrijke restwarmtekoppelingen. Per business case zoeken we antwoord op de volgende vragen:

- welke technische varianten zijn mogelijk
- welke investeringen zijn daar globaal voor nodig
- welke besparing (financieel en CO2) levert de benutting van de restwarmte op

Als er technische en financiële mogelijkheden blijken te zijn om uitwisselingen tot stand te brengen of een warmtenet te realiseren, zullen de onderzoeksresultaten nadere bestudeerd moeten worden. Uit die studie moet duidelijk worden of er organisatorische belemmeringen zijn, zoals:
- willen bedrijven wel afhankelijk van elkaar worden
- is er overeenstemming te krijgen over risico's van onderbreking in levering of afname
- wie is verantwoordelijk voor exploitatie van de koppeling);
en of er juridische belemmeringen zijn (in contractvorming, tracé) en een nauwkeuriger bepaling van investering en winsten. Het volledig uitwerken van deze businesscases maakt geen onderdeel uit van dit project.

Kennisdeling is een belangrijk onderdeel van het project. Dit betekent concreet dat studenten en docenten van de Hogeschool Zeeland door het uitvoerend bureau actief bij het project moeten worden betrokken; bijvoorbeeld in de vorm van stages en afstudeeropdrachten voor studenten en deelname van docenten aan brainstormsessies en workshops.

Het project Restwarmtebenutting Sloegebied maakt deel uit van het project Reststroomkoppeling Zuid-west-Delta. Organisatorisch is het project ondergebracht bij het projectteam Vitaal Sloegebied en Kanaalzone. Voor het gehele project is subsidie verleend in het kader van het Europees Economisch Stimuleringsprogramma 'OP-Zuid'. Uitvoerend bureau is DWA uit Bodegraven.

Vragen?
Voor vragen en/of meer informatie over het project Restwarmtebenutting Sloegebied kan contact worden opgenomen met de heer L. Leynse van Provincie Zeeland, 0118-631968 (vitaalsk@zeeland.nl).
Colofon
Aan dit nummer werkten mee
Ank Blom en Leo Leynse,
provincie Zeeland

Opmaak
Digitale Media

Meer informatie
Telefoon: 0118-631968/631985
Postbus 165
4330 AD Middelburg
E-mail: vitaalsk@zeeland.nl

Opties voor deze nieuwsbrief
Deze nieuwsbrief wordt periodiek aan u verzonden. U kunt:
(c) Provincie Zeeland | disclaimer | privacy | uitschrijven nieuwsbrief